• Gieren in de Spaanse Pyrenee�nEen groep vale gieren,
     rondcirkelend op de thermiek.
  • Gieren in de Spaanse Pyrenee�nDe lammergier,
     Europa's grootste.
  • Gieren in de Spaanse Pyrenee�nSierra de Guara,
     links vale gieren, rechts aasgier.
  • Gieren in de Spaanse Pyrenee�nSierra de Guara,
     een groepje vale gieren.

Gieren in de Spaanse Pyreneeën.

De Pyreneeën zijn de thuis van een groot aantal roofvogels. De kans om ook drie soorten aaseters te zien in de Spaanse Pyreneeën is bijzonder groot. De vale gier is er meest verspreid en leeft als enige in groep. De populatie aan lammergieren, Europa's grootste vogel, is stilaan opnieuw aan het aangroeien en 's zomers is er ook de kleinste aller gieren te zien, de aasgier. De laatste tijd werd ook de monniksgier af en toe in de Pyreneeën gespot.

'In de schaduw staan van een gier brengt geluk', dat weet elke bewoner van de Spaanse Pyreneeën. Om dat geluk een handje te helpen zoek je best enkele hoge ruwe rotsen op, de favoriete verblijfplaats van deze gieren.

Herken de drie soorten gieren in de Spaanse Pyrenee�n!Herken de drie gieren in de lucht!

Drie soorten gieren, een complete opkuisploeg!

De vale gier, de aasgier en de lammergier fungeren in team als een totale reinigingsploeg van kadavers. Het zijn de kraaiachtigen die een kadaver haast onmiddellijk identificeren. Bij het vinden van een kadaver maken ze dansende, aparte vliegbewegingen die mede door hun glimmende pluimen van ver worden opgemerkt door vale gieren. Voor vale gieren is dit het sein voor een gevonden kadaver. Ze zien en horen bijzonder goed, maar hebben helemaal geen reuk. Ze leven in groep en speuren hoog rondcirkelend hun gebied af. De vale gier is steeds in het grootste aantal aanwezig. Het is de vale gier die als eerste aan het maal peuzelt. Hij doet zich tegoed aan de grootste delen van het kadaver, waaronder de ingewanden. Hij kan hiertoe met zijn lange nek, die vrij van pluimen is, tot diep in het karkas dringen. De kleine aasgier en de kraaiachtigen wachten geduldig hun beurt af. Ze zijn tevreden met de restjes en ze kunnen heel goed het resterend vlees van de beenderen afschrapen. Ten slotte wacht ook de lammergier netjes zijn beurt af en voedt zich bijna uitsluitend met de botten.

De vale gier.

Kop van de vale gierDe vale gier.

(Spaans: buitre leonado). Men schat dat er in Spanje ruim 24.000 exemplaren leven. Vale gieren hebben opstijgende warme lucht nodig om hun vlieg- en zweefkunsten te demonstreren. Het zijn echte meesters in het zweefvliegen, het stijgen en dalen via luchtlagen (thermiek), waarbij ze slechts af en toe een vleugelslag maken. Bij het zweven halen ze snelheden tot 70 km/u. Na het verorberen van een maaltijd heeft hij moeite met het opstijgen en daarom rust hij eerst vaak enkele uren uit vooraleer te kunnen wegvliegen. Als de eerste vogel de lucht in gaat, klimt ook de rest van het peloton langzaam hoger en hoger, tot de hemel vol stippen is.

De vale gier weeg tussen 6 en 10 kg, is 95 tot 110 cm lang en heeft een spanwijdte van 2,6 tot 2,8 m. De vogel heeft een zandbruine kleur met korte poten. Je herkent de vale gier gemakkelijk aan zijn korte staart. In perioden van slecht weer, die zoekvluchten bemoeilijken of onmogelijk maken, kunnen vale gieren dagen lang honger lijden. In dagen van redelijk weer brengt de vale gier grote delen van de dag door in de lucht, zoekend naar voedsel. Ze besteden hier 45 tot 60% van hun tijd aan en kunnen gemakkelijk 7u. in de lucht vertoeven.

De vale gier is niet territoriaal en nesten van meerdere paren worden gewoonlijk bij elkaar aangetroffen. Ze zijn sociaal en paren blijven vaak hun hele leven bij elkaar. Ze bouwen hun nesten doorgaans in kliffen of rotsholen op steile rotswanden. In de meeste gevallen is er één ei per keer. De kleine vale gier komt na 45 tot 52 dagen uit het ei, wat een ongebruikelijk lange periode is voor gieren. Het jong blijft in het nest voor 4 tot 6 maanden. Ze kunnen tot maximaal 40 jaar oud worden.

De aasgier

Kop van de aasgierDe aasgier.

(Spaans: alimoche). De kleinste onder alle gieren is een trekvogel die vanaf eind februari tot half september naar Spanje komt. Hij overwintert in Marokko en Tunesië. Men schat dat er elk jaar zo'n 6000 de engte van Gibraltar oversteken en zo'n 4000 steken de Middelandse zee over op andere plaatsen.

Tot ongeveer 5 jaar zijn de jongen grauw van kleur. Daarna krijgt de vogel een witte kleur met een gele kop en zwartgrijze buitenkanten en achterkanten van de vleugels. De brede, platte witte staart is een herkenningspunt. Ze vliegen doorgaans alleen.

De aasgier kan 70 cm lang worden en weegt tussen 1,5 en 2,4 kg. Hij bereikt een spanwijdte van ongeveer 165 cm.

Hij moet het doorgaans stellen met de laatste vleesrestjes of pezen van grote kadavers. Hij voedt zich ook met kadavers van kleine dieren of met insecten. Als de kans zich voor doet is hij ook verzot op eieren van flamenco's, pelikanen of struisvogels (in Afrika). Om harde en grote eieren te breken pakt hij met zijn snavel een steentje op en slaat dit tegen de eieren tot er een opening ontstaat. We kunnen dus zeggen dat de aasgier een slimme vogel is, want slechts weinig dieren gebruiken een voorwerp om iets te openen. Dit gedrag uit Afrika heeft men in Spanje al regelmatig geobserveerd op voederplaatsen waar men ook eens eieren legt.

De aasgier maakt zijn nesten ook op rotsklippen of in rotsholten. De nesten zijn verstevigd met stukken dierenhuid, schaapswol, takken en beenderen. In tegenstelling tot de andere gieren vervoert de aasgier de materialen met zijn snavel en niet met zijn klauwen. Ze leggen 1 of 2 eieren tussen maart en april. Het broeden wordt door beide ouders uitgevoerd en duurt ongeveer 42 dagen.

De lammergier.

Kop van de lammergierDe lammergier.

(Spaans: quebrantahuesos). De Nederlandse benaming 'lammergier' is overgenomen uit het Duits en is ooit verkeerdelijk gekozen daar men lange tijd heeft gedacht dat deze gier op lammeren joeg. Het is de enige vogel op aarde die beenderen eet. In het Spaans wordt deze gier 'bottenbreker' genoemd omdat hij de beenderen herhaaldelijk vanuit de lucht op rotsen laat kapotvallen tot kleinere afmetingen die hij kan opeten. Hij kan botten tot 20 cm in één keer inslikken. Zijn uitwerpselen bestaan uit kalkbolletjes.

Hoe de lammergier botten breekt.Hoe de lammergier botten breekt steeds op dezelfde rots.

De jonge lammergier heeft donkergrauwe pluimen die bij het ouder worden verbleken. Maar een witte lammergier zien we zelden daar hij zich regelmatig baadt in klei, die zijn pluimen oranje kleuren. Een gier eet dode dieren en komt hierdoor vol parasieten te zitten. De klei droogt uit en de parasieten geraken erin vast. Daarna trekt de lammergier deze pluimen in bosjes uit om zich zo van de parasieten te bevrijden.

Een lammergier weegt 6 kg en heeft een spanwijdte van 2,8 m. Zijn ogen zijn rood omringd. De lammergier is territoriaal. Elk paar leeft in een groot territorium dat nauwgezet in de gaten wordt gehouden en waarin ze nesten bouwen met een diameter van bijna 2 m tot 1 m hoog. Doorgaans hebben ze meerdere nesten, waarvan ze elk jaar wisselend slechts één gebruiken.

De brons begint in september, 2 maanden voor het leggen van 1 of 2 eieren. De eieren worden door beide echtparen bebroed. Na 60 dagen wordt het jong geboren, doorgaans in putje winter (januari). Als 2 eieren werden gelegd, dan zal het sterkste jong het andere jong opeten om de harde winter in het gebergte te kunnen overleven. Als alles goed gaat verlaat het jong het nest rond eind juli.

De aasgier in zijn rotsholHet zomerverblijf van de aasgier.

Aasgier in de vluchtAasgier in de vlucht.

Landende vale gierVale gier aan het landen.

Vliegende lammergierVolwassen lammergier in de vlucht.