GIEREN IN DE SPAANSE PYRENEEËN |
|
Gieren in de Spaanse Pyreneeën: de vale gier, de aasgier en de lammergier.
'In de schaduw staan van een gier brengt geluk', dat weet elke bergbewoner in de Spaanse Pyreneeën. Om dat geluk een handje te helpen zoek je best enkele hoge ruwe rotsen op, de favoriete verblijfplaats voor vale gieren. In Aragón heb je veel kans om gieren te zien. De vale gier is er meest verspreid en heeft een spanwijdt van ca. 2,50 m, net wat korter dan de tot voor kort met uitsterven bedreigde lammergier (ca. 2,80 m). De kleinste onder alle gieren is de aasgier (ca. 1,65 m) die een trekvogel is en hier slechts 's zomers te zien is. DE VALE GIER (Spaans: buitre leonado o buitre comun; latijn: Gyps fulvus). In Aragón is de vale gier één van de bekendste en grootste roofvogels. Men schat dat er in Spanje ruim 24000 exemplaren leven.
Vale gieren hebben opstijgende warme lucht nodig om hun vlieg- en zweefkunsten te demonstreren. Als de eerste vogel de lucht in gaat, klimt ook de rest van het peloton langzaam hoger en hoger, tot de hemel vol stippen is.
De Vale Gier is één van Europa's grootste (roof)vogels. Hij weegt tussen 6 en 10 kg, is 95 tot 110 cm lang en heeft een spanwijdte van 2,6 tot 2,8 m. De vogel heeft een zandbruine kleur met korte poten. Hij leeft van dode dieren (aaseter). Zijn voorkeur gaat uit naar spierweefsel en de ingewanden. Zijn kop en bek zijn speciaal gevormd om stukken vlees los te rukken. Zijn lange nek zonder pluimen laat hem toe tot diep in het kadaver te reiken. In perioden van slecht weer, die zoekvluchten bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken, kunnen vale gieren dagen lang honger lijden. De vale gier brengt grote delen van de dag door in de lucht, zoekend naar voedsel. Ze besteden hier 45 tot 60% van hun tijd aan. Ze kunnen zeer goed zweefvliegen, stijgen en dalen via luchtlagen (thermiek). Bij het zweven haalt hij snelheden tot 70 km/u.
Ze
leven in groepen en zoeken samen hoog rondcirkelend hun gebied af naar
voedsel. In tegenstelling tot wat velen denken sporen ze de kadavers niet
op via de reuk (die slechts middelmatig is), maar via hun uitstekend gezicht.
De
vale gier is niet territoriaal en nesten van meerdere paren worden gewoonlijk
bij elkaar aangetroffen in nestgebieden. Dit zijn voornamelijk kliffen
en rotsholen op steile rotswanden.
In de meeste gevallen is er één ei per keer. De kleine vale
gier komt na 45 tot 52 dagen uit het ei wat een ongebruikelijk lange periode
is voor gieren. Het jong blijft in het nest voor 4 tot 6 maanden. Ze kunnen
tot maximaal 40 jaar oud worden. De
vale gier staat bekend als de vriendelijkste en meest sociale van alle
gieren. Paren blijven vaak hun hele leven bij elkaar. Het is zelfs mogelijk
de dieren tam te maken.
De lammergier (Spaans: quebrantahuesos, Latijn: Gypaetus barbatus) is de enige vogel op aarde die botten eet. In het Spaans wordt deze gier 'de bottenbreker' genoemd omdat hij de botten repetitief vanuit de lucht op rotsen laat kapotvallen tot kleinere afmetingen die hij kan opeten. Hij voedt zich exclusief met het vlees of de ingewanden van dierenaas, alhoewel zijn hoofddieet bestaat uit botten. Met zijn pluimen gebeurt iets raar: van jongsaf zijn ze donker grauw en naarmate de lammergier ouder worden gaan de pluimen verbleken, er verschijnen grijze en veel witte pluimen. Maar we verwachten niet om een witte lammergier te zien. Daar hij dode dieren eet komt hij vol parasieten te zitten. Hiertoe baadt hij zich in klei. De klei die veel ijzeroxyde bevat gaat zijn pluimen oranje kleuren, behalve de kop, die hij nooit onder water steekt. De klei droogt uit en de parasieten geraken er in vast te zitten. Daarna trekt de lammergier deze pluimen in bosjes uit, zich zo bevrijdend van de parasieten.
Elk paar leeft in een groot territorium dat nauwgezet in de gaten wordt gehouden en waarin ze hun enorme nesten bouwen. De nesten hebben een diameter van bijna 2 m tot 1 m hoogte. Gewoonlijk hebben ze meerdere nesten, waarvan ze elk jaar wisselend slechts één gebruiken. De nesten worden geïnstalleerd in rotsholen of rotsspleten en bestaan uit takken die langs de binnenkant bekleed worden met wol. De brons begint begin januari, 2 maanden voor het leggen van 1 of 2 eieren, die door beide echtparen worden bebroed. Na 58 of 60 dagen wordt het jong geboren en verlaat het nest, als het goed gaat, rond eind juli. De jongen hebben donkere pluimen. Pas na 5 à 6 jaar zijn ze sexueel rijp en gaan ze een eigen territorium afbakenen.
|
Herkenning
De jongen zijn, ongeveer tot hun 5e levensjaar, grauw van kleur. Volwassen dieren worden herkend als een witte vogel met een gele kop en zwart/grijze buitenkanten en achterkanten van de vleugels. Ook de brede, platte witte staart is een duidelijk herkenningspunt. Ze vliegen gewoonlijk alleen. Hij kan tot 70 cm lang worden en weegt tussen 1,6 en 2,4 kg. Met uitgestrekte vleugels bereikt hij een spanwijdte van ongeveer 165 cm. Voedsel / Eierbreker Door zijn kleine gestalte moet hij het doorgaans stellen met de laatste restjes van kadavers, nadat andere grotere dieren reeds het meeste vlees hebben verorberd. In Aragón voedt hij zich veelal met kadavers van kleine dieren. Hij pakt slechts zelden zieke of jonge dieren. Hij vult zijn dieet aan met insecten en als de kans zich voordoet met eieren (van pelikanen, flamenco’s,...) . Om de eieren te breken pakt hij ze met zijn snavel op en gooit ze tegen rotsen. In Afrika probeert hij zelfs de harde struisvogeleieren open te breken door er herhaaldelijk een steen te laten opvallen tot hij barst. Via nepeieren heeft men dit ook al kunnen observeren in Spanje. Hiermee is hij één van de zeldzame gevallen in de dierenwereld die voorwerpen gebruikt om iets te openen. De aasgier is ook een courante bezoeker van vuilnisbelten bij dorpen en steden.
Nesten Ze maken hun nesten graag op rotsklippen of in rotsholten. De nesten zijn verstevigd met stukken dierenhuid, schaapswol, takken en beenderen. In tegenstelling tot de andere gieren vervoert de aasgier de materialen met zijn snavel en niet met zijn klauwen. Ze leggen 1 of 2 eieren tussen maart en april. Het broeden wordt door beide ouders uitgevoerd en duurt ca. 42 dagen.
Sinds mensenheugenis en tot het begin van de 20e eeuw hield de lammergier alle bergen van het Iberische schiereiland schoon van de laatste aasrestjes. In zeer korte tijd is de lammergier op veel plaatsen uitgestorven en in 1986 telde men enkel nog in de Spaanse Pyreneeën ca. 40 territoriums. De oorzaken van het uitsterven zijn in de eerste plaats menselijk van aard: jacht, hoogspanningskabels, skipistes, bergbeklimmen, parapente, enz. ... . Dankzij een uitgebreide beschermings- en herstelactie van in de eerste plaats natuurliefhebbers, maar nu ook van de regering van Aragón was dit aantal in 2004 reeds gestegen tot 125 territoriums. In het nationale park van Ordesa en Monte Perdido is men reeds ver gevorderd met een programma waarbij de lammergier in gevangenschap wordt geboren en daarna, los van mensen, via een door natuurlijke inprenting geïnduceerd gedrag, wordt losgelaten (zie lammergierfonds). In het park en zijn omgeving bevinden zich een 7-tal productieve eenheden, waarvan men de eieren voor 100% tracht te laten renderen. Op zoek naar een lammergier?
|